Welke gidsen zijn er?
De gidsen volgen de volgorde waarin financiële keuzes het meest uitmaken: eerst de basis op orde met een buffer en zonder dure schulden, dan de kosten begrijpen, risico vertalen naar geld, spreiden en tot slot nagaan met wie u zaken doet. Bent u nieuw, begin dan met de checklist. Anders kiest u het onderwerp waarover u twijfelt.
Wat is beheerd beleggen en hoe werkt het?
Sterk Vrendomnis legt uit hoe beheerd beleggen werkt: wie beslist, waar uw effecten worden bewaard, welke kosten u betaalt en welke risico's bij u blijven.
Beleggingskosten: hoe ze werken en wat ze op termijn kosten
Sterk Vrendomnis legt uit welke kosten u bij beleggen betaalt, hoe lopende kosten en servicekosten optellen en wat 0,5% tot 2% per jaar over 30 jaar kost.
Hoe bepaalt u hoeveel beleggingsrisico u kunt dragen?
Sterk Vrendomnis legt uit hoe u uw risicotolerantie bepaalt: beleggingshorizon, verlies in geld, hoeveel verlies u kunt dragen en wat een risicovragenlijst meet.
Hoe controleert u of een financiële onderneming echt is, een vergunning heeft en geen kloonfirma is?
Sterk Vrendomnis legt uit hoe u een financiële onderneming controleert in de registers van AFM en DNB, de AFM-waarschuwingen en de KvK, en kloonfirma's herkent.
Zeven dingen om te regelen voordat u belegt
De checklist van Sterk Vrendomnis voordat u gaat beleggen: buffer, dure schulden, doel, horizon, pensioen en box 3, kosten en risico, met Nederlandse bronnen.
Spreiding uitgelegd: waarom u uw geld verdeelt en waar de grenzen liggen
Sterk Vrendomnis legt uit hoe spreiding over ondernemingen, sectoren, landen en soorten beleggingen verliezen beperkt, wat het niet kan en hoe u dat zelf nagaat.
Wat betekenen de termen in productdocumenten en kostenoverzichten?
Productdocumenten, kostenoverzichten en vragenlijsten gebruiken vaste termen die in Nederland een eigen betekenis hebben. Deze woordenlijst legt vijftien ervan uit in een of twee zinnen, van lopende kosten en het essentiële-informatiedocument tot het beleggerscompensatiestelsel en box 3. De gidsen hierboven werken de meeste termen verder uit met rekenvoorbeelden.
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Vermogensbeheer | Een dienst waarbij een beleggingsonderneming namens u beslist wat er wordt gekocht en verkocht, binnen afspraken over doel en risico. Daarvoor is een vergunning nodig. In het register van de AFM ziet u of een onderneming die heeft. |
| Geschiktheidstoets | Het onderzoek dat een onderneming moet doen vóór beleggingsadvies of vermogensbeheer: naar uw kennis en ervaring, financiële situatie, doelen en hoeveel verlies u kunt dragen. Wie zelf belegt zonder advies, krijgt bij complexe producten een lichtere passendheidstoets. |
| Risicoprofiel | De uitkomst van die toets, vaak een woord als 'defensief' of 'offensief' of een getal. Het bepaalt welke verdeling over aandelen, obligaties en liquide middelen bij de afspraak hoort. Het is geen garantie voor een maximaal verlies. |
| Spreiding | Uw geld verdelen over verschillende beleggingscategorieën, sectoren en landen, zodat één tegenvaller minder zwaar weegt. Spreiding verkleint het risico, maar neemt het niet weg. Zie onze gids over spreiding. |
| Rente-op-rente | Rendement dat zelf weer rendement oplevert, omdat het belegd blijft. Het werkt ook omgekeerd: geld dat elk jaar aan kosten opgaat, groeit niet meer mee, waardoor kleine percentages over lange tijd flink oplopen. |
| AFM en DNB | De twee Nederlandse financiële toezichthouders. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet toe op het gedrag van financiële ondernemingen en op eerlijke informatie aan klanten. De Nederlandsche Bank (DNB) op hun financiële gezondheid. Beide houden openbare registers bij. |
| Kifid | Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Financiële dienstverleners moeten bij een erkend klachteninstituut zijn aangesloten. Komt u er met de onderneming zelf niet uit, of reageert die niet binnen acht weken, dan kunt u daar een klacht indienen. |
| Depositogarantiestelsel | De regeling die tegoeden op bankrekeningen beschermt als een bank failliet gaat: tot €100.000 per persoon per bank. Beleggingen zoals aandelen en obligaties vallen er niet onder. |
| Beleggerscompensatiestelsel | Een vangnet, uitgevoerd door DNB, voor als een beleggingsonderneming of bank failliet gaat en uw geld of effecten niet kan teruggeven: maximaal €20.000 per belegger. Koersverliezen worden nooit vergoed. |
| Bewaarbedrijf (vermogensscheiding) | Beleggingsondernemingen moeten het geld en de beleggingen van klanten gescheiden houden van hun eigen vermogen, zodat die bij een faillissement beschermd zijn. Vaak gebeurt dat via een apart bewaarbedrijf dat alleen de effecten van klanten bewaart. |
| Lopende kosten | De jaarlijkse kosten van een fonds of ETF, zoals beheer- en administratiekosten, uitgedrukt als percentage. Ze worden in het fonds verrekend, dus u ziet ze niet als aparte afschrijving. Zie onze kostengids. |
| Servicekosten | Wat de bank, broker of vermogensbeheerder rekent voor de dienst zelf, zoals beheervergoeding, bewaarloon of advieskosten, vaak als percentage van uw vermogen. Ze komen bovenop de lopende kosten van de fondsen. |
| Essentiële-informatiedocument (Eid) | Een korte, wettelijk voorgeschreven productbeschrijving in het Nederlands met de werking, een risico-indicator op een schaal van 1 tot 7, rendementsscenario's en de totale kosten. U hoort het te krijgen voordat u koopt. Voor fondsen verving het in 2023 de essentiële beleggingsinformatie (EBI). |
| Kostenoverzicht | Het overzicht dat een beleggingsonderneming u moet geven: vooraf een schatting van alle te verwachten kosten, en daarna minstens één keer per jaar wat u werkelijk hebt betaald, telkens als bedrag en als percentage. |
| Box 3 | Het deel van de inkomstenbelasting voor sparen en beleggen. De Belastingdienst gaat uit van uw vermogen op 1 januari en een verondersteld rendement. Is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u dat opgeven. Een stelsel op basis van werkelijk rendement is in voorbereiding, de startdatum staat nog niet vast. |
Definities zijn algemeen en vereenvoudigd. Voor een specifiek product gaan het essentiële-informatiedocument en de voorwaarden van de onderneming voor.