Algemene informatie, geen persoonlijk financieel advies. Beleggen brengt risico mee: de waarde kan dalen en u kunt minder terugkrijgen dan u hebt ingelegd.

Gidsen

Hoe bepaalt u hoeveel beleggingsrisico u kunt dragen?

Hoeveel beleggingsrisico u kunt dragen, hangt af van drie dingen: hoelang u het geld kunt missen, hoeveel verlies u kunt opvangen zonder dat uw dagelijks leven verandert, en hoe u werkelijk reageert als de waarde daalt. De voorzichtigste van de drie bepaalt uw grens. Hebt u het geld binnen vijf jaar nodig, of zou een flinke daling u tot verkopen aanzetten, neem dan minder risico.

Deze gids werkt elk onderdeel uit met een rekenvoorbeeld in geld, legt uit wat een geschiktheidstoets meet en wat het risicogetal in een essentiële-informatiedocument wel en niet zegt, en bespreekt wanneer het zinvol is uw risiconiveau aan te passen. Pak er gerust uw eigen cijfers bij, zoals uw spaargeld en vaste lasten, dan kunt u elk rekenvoorbeeld meteen omrekenen naar uw eigen bedragen.

Wat betekent risicotolerantie bij beleggen?

Risicotolerantie is hoeveel uw beleggingen in waarde kunnen dalen zonder dat u daardoor in de problemen komt. Ze bestaat uit drie delen: uw risicobereidheid, dus hoe u omgaat met schommelingen. Uw verliescapaciteit, dus hoeveel verlies u financieel kunt dragen. En uw beleggingshorizon. Elk deel begrenst de andere twee.

Een veelgemaakte fout is alleen naar de eerste te kijken. U kunt ontspannen zijn over schommelingen, maar belegt u geld dat u over twee jaar nodig hebt als eigen inbreng bij de aankoop van een huis, dan is uw verliescapaciteit laag en uw horizon kort. Uw werkelijke grens ligt bij de voorzichtigste van de drie.

Risicobereidheid

Hoe u zich voelt als uw vermogen daalt. De een haalt de schouders op bij 20% verlies, de ander ligt al wakker bij 5%. Geen van beide is fout, maar u moet weten welke van de twee u bent.

Verliescapaciteit

Hoeveel u kunt verliezen zonder dat het uw vaste lasten, uw plannen of uw zekerheid raakt. Dit gaat over uw cijfers, niet over uw gevoel.

Beleggingshorizon

Hoelang het duurt voordat u het geld nodig hebt. Hoe langer, hoe meer tijd een portefeuille heeft om van een daling te herstellen. Zeker is dat herstel nooit.

Hoelang moet u het geld kunnen missen?

Wijzer in geldzaken adviseert alleen te beleggen met geld dat u minstens vijf jaar niet nodig hebt, en eerst een buffer voor onverwachte uitgaven aan te houden. Bij een kortere termijn heeft een daling mogelijk geen tijd om te herstellen. Geld dat u binnen een of twee jaar nodig hebt, staat meestal beter op een spaarrekening.

Vijf jaar is geen magische grens en koersen herstellen niet volgens schema. Wereldwijde aandelenmarkten hebben sinds 2000 meerdere grote dalingen gekend, onder meer begin jaren 2000, in 2008 en 2009 en kort in het voorjaar van 2020. Het herstel van sommige van die dalingen duurde jaren. Hoe langer u kunt wachten, hoe kleiner de kans dat u op een dieptepunt moet verkopen.

Een grove richtlijn om geld aan de beleggingshorizon te koppelen
Wanneer u het geld nodig hebtWaar het meestal thuishoortWaarom
Binnen 1-2 jaarVrij opneembare spaarrekening of depositoGeen tijd om van een daling te herstellen
2-5 jaarVooral sparen, eventueel een klein deel defensief beleggenEén slecht jaar kan al een tekort opleveren
5-10 jaarEen defensief tot neutraal risicoprofiel kan passenTijd om de meeste dalingen uit te zitten
10 jaar of meerEen neutraal tot offensief risicoprofiel kan passenMeer tijd om dalingen te boven te komen

Alleen een algemene richtlijn. Uw eigen situatie kan tot een ander antwoord leiden.

Hoeveel daling kunt u verdragen?

Uw risicobereidheid test u het best door percentages om te zetten in bedragen. Stel u het saldo voor dat u na een slecht jaar op uw overzicht ziet, niet een percentage in een grafiek. Zou u bij dat bedrag verkopen, dan hebt u uw grens gevonden, en hoort uw portefeuille minder aandelen te bevatten dan in die rij.

Stel dat u €20.000 belegt en dat in het jaar daarna aandelen 30% en obligaties 5% lager uitkomen, terwijl liquide middelen hun waarde houden. Dat is een slecht jaar, maar niet ongekend. De grafiek en de tabel laten zien wat er dan overblijft bij vier verschillende verdelingen. De cijfers zijn een illustratie.

Verlies in geld op €20.000 na de dalingAandelen dalen 30%, obligaties 5%. Alleen ter illustratie.
20 / 70 / 1020 / 70 / 10: €1,900€1,90060 / 35 / 560 / 35 / 5: €3,950€3,95080 / 20 / 080 / 20 / 0: €5,000€5,000100 / 0 / 0100 / 0 / 0: €6,000€6,000

Hoe gebruikt u de tabel?

Zoek de rij waarbij uw eerste reactie is: 'dat doet pijn, maar ik laat het staan'. Daar ligt ongeveer uw risicobereidheid. Zou zelfs de bovenste rij u tot verkopen aanzetten, dan is beleggen in aandelen misschien nog niets voor u, en dat is een verstandige conclusie.

De dalingen in dit voorbeeld zijn gekozen om de rekensom te tonen. Echte dalingen kunnen kleiner of groter zijn, en aandelen en obligaties bewegen niet altijd in de richting die u verwacht: in 2022 daalden ze tegelijk.

Alleen ter illustratie: €20.000 na een daling van 30% bij aandelen en 5% bij obligaties
Verdeling (aandelen / obligaties / liquide middelen)Waarde na de dalingVerlies in geldVerlies in %
20% / 70% / 10%€18.100€1.9009,5%
60% / 35% / 5%€16.050€3.950ongeveer 20%
80% / 20% / 0%€15.000€5.00025%
100% / 0% / 0%€14.000€6.00030%

Hoeveel verlies kunt u zich financieel veroorloven?

Uw verliescapaciteit is het bedrag dat uw beleggingen kunnen dalen zonder dat uw manier van leven verandert. Die is groter als u een financiële buffer, een vast inkomen, geen dure schulden en ander vermogen hebt. Die is kleiner als dit geld alles is wat u hebt, of als u het op een vaste datum nodig hebt.

Is uw verliescapaciteit laag, neem dan minder risico, ook als u zich er prettig bij voelt. Een goed gevoel betaalt geen rekeningen als het tegenzit. De checklist voordat u belegt helpt u eerst de basis op orde te brengen.

  • Hebt u een buffer? Spaargeld voor onverwachte uitgaven voorkomt dat een kapotte wasmachine of het eigen risico van uw zorgverzekering u dwingt op een slecht moment te verkopen. De BufferBerekenaar van het Nibud rekent uit welk bedrag bij uw huishouden past.
  • Is uw inkomen zeker? Een vast contract of pensioen geeft meer ruimte dan een tijdelijk contract of wisselend inkomen als zelfstandige.
  • Hebt u dure schulden? De rente op een doorlopend krediet of roodstand is meestal hoger dan wat beleggen naar verwachting oplevert. Beleggen met geleend geld is volgens Wijzer in geldzaken niet verstandig.
  • Zijn er mensen van u afhankelijk? Kinderen, een partner of familie die u onderhoudt, verkleinen het bedrag dat u kunt missen.
  • Wat hebt u verder? Pensioenopbouw, overwaarde op een woning en ander spaargeld vergroten uw verliescapaciteit. Is dit uw enige vermogen, wees dan voorzichtiger.

Hoe werkt een risicovragenlijst en wat zegt de uitkomst?

Een risicovragenlijst is onderdeel van de geschiktheidstoets die een onderneming verplicht afneemt vóór beleggingsadvies of vermogensbeheer. De lijst vraagt naar uw kennis en ervaring, financiële situatie, doelen en risicobereidheid en leidt tot een risicoprofiel. Dat is een bruikbaar startpunt, maar het klopt alleen als uw antwoorden kloppen.

De vragen kunnen persoonlijk aanvoelen. Ze zijn er omdat de onderneming moet nagaan of haar dienst bij u past, en dat omvat ook of u verliezen financieel kunt dragen, niet alleen of u daartoe bereid bent. Belegt u zelf zonder advies, dan krijgt u bij complexe producten een passendheidstoets over kennis en ervaring. Bij eenvoudige producten zoals aandelen is zelfs die niet verplicht.

Los daarvan staat in het essentiële-informatiedocument van een product een risico-indicator op een schaal van 1 tot 7. Dat getal zegt iets over het product, niet over u. Antwoord in een vragenlijst niet zoals een 'goede belegger' volgens u zou antwoorden, maar zoals u zich werkelijk zou gedragen. Verrast de uitkomst u, vraag dan hoe die tot stand kwam. Vindt u het voorgestelde profiel te offensief, zeg dat dan: u mag voor een lager risico kiezen.

  • Antwoord op basis van uw huidige financiën, niet op wat u volgend jaar hoopt.
  • Denk na over hoe u reageerde bij eerdere koersdalingen, als u al eens hebt belegd.
  • Vraag hoe het slechtste jaar van het voorgestelde profiel er in geld uit zou kunnen zien.
  • Bewaar een kopie van de uitkomst, zodat u die bij de volgende beoordeling kunt vergelijken.

Wanneer past u uw risiconiveau aan?

Pas uw risiconiveau aan als uw situatie verandert, niet als de markt verandert. Een nieuwe baan, een kind, een scheiding, een erfenis of het naderen van uw doel zijn goede redenen om het opnieuw te bekijken. Een alarmerende kop of een slechte maand niet: wie na een daling verkoopt, maakt het verlies definitief.

Nadert de datum waarop u het geld nodig hebt, dan is het meestal verstandig het risico geleidelijk af te bouwen in plaats van in één keer. Een daling vlak voor uw einddatum doet dan minder schade. Sommige beheerdiensten doen dit automatisch als u een einddatum doorgeeft. Vraag na of en hoe dat werkt.

Heeft een daling u laten zien dat u te veel risico nam, dan is dat nuttige informatie. Wacht zo mogelijk tot de rust is teruggekeerd en kies dan een lager niveau, zodat het niet opnieuw gebeurt. Brede spreiding helpt ook. Zie de gids over spreiding.

Wat betekent dit voor uw eigen keuze?

Uw risiconiveau volgt uit de voorzichtigste van drie vragen: wanneer hebt u het geld nodig, hoeveel verlies kunt u financieel dragen en bij welk bedrag zou u verkopen? Hebt u het geld binnen vijf jaar nodig, geen buffer of geen ruimte voor een grote daling, dan is beleggen in aandelen nu waarschijnlijk niet de logische stap.

Lees de risicowaarschuwing voor de risico's van beleggen op een rij, en hoe het werkt voor de controles die u kunt doen voordat u een financieel product kiest. Wilt u weten hoe risicoprofielen bij een beheerdienst worden gebruikt, dan beschrijft beheerd beleggen als productvorm hoe dat in het algemeen werkt en wat het kost.