Welke kosten betaalt u als u belegt?
Wie belegt, betaalt meestal servicekosten aan de bank, broker of vermogensbeheerder, lopende kosten aan de fondsen in de portefeuille en transactiekosten bij elke aan- of verkoop. Soms komen daar advieskosten, kosten voor opheffen of overboeken en valutakosten bij. Elke post is op zich klein. Het totaal bepaalt wat u werkelijk inlevert.
Niet iedereen betaalt al deze kosten. Bij vermogensbeheer zit het werk van de beheerder in de servicekosten, dus u betaalt geen aparte adviseur. De lopende kosten van de fondsen daaronder betaalt u wel. De AFM deelt beleggingskosten in dezelfde twee groepen in: kosten van de dienstverlening en kosten van het product zelf.
| Kosten | Wie rekent ze | Hoe ze meestal worden berekend | Waar u ze vindt |
|---|---|---|---|
| Servicekosten (beheer, bewaarloon) | De bank, broker of vermogensbeheerder | Percentage van uw vermogen per jaar, soms een vast bedrag | Tarievenoverzicht, kostenoverzicht vooraf en jaarlijks kostenoverzicht |
| Lopende kosten van fondsen | Elk fonds of elke ETF die u bezit | Percentage per jaar, in het fonds verrekend | Essentiële-informatiedocument (Eid) van het fonds |
| Transactiekosten | De bank of broker, en het fonds zelf | Orderkosten en de spread bij aan- en verkoop. Binnen fondsen ook handelskosten | Tarievenoverzicht en kostenoverzicht. Voor fondsen het Eid |
| Advieskosten | Een adviseur, als u er een inschakelt | Vast bedrag, uurtarief of percentage, eenmalig of jaarlijks | Opdrachtbevestiging of kostenafspraak met de adviseur |
| Kosten voor opheffen of overboeken | Sommige banken en brokers | Vast bedrag bij vertrek of bij het overboeken van effecten | Tarievenoverzicht en voorwaarden |
| Valutakosten | De bank, de broker of het fonds | Percentage bij aan- of verkoop in een andere valuta | Tarievenoverzicht |
Wat is het verschil tussen servicekosten en lopende kosten?
Servicekosten zijn wat de bank, broker of vermogensbeheerder rekent voor de rekening en de dienst. Lopende kosten zijn wat een fonds jaarlijks rekent voor zijn eigen beheer. Servicekosten worden van uw rekening afgeschreven. Lopende kosten worden in de koers van het fonds verrekend. U betaalt beide, dus tel ze bij elkaar op.
Hier ontstaat vaak verwarring. Een partij noemt servicekosten van 0,45% per jaar, en dat klopt. Maar rekenen de fondsen in uw portefeuille nog eens 0,20%, dan zijn uw werkelijke jaarlijkse kosten 0,65%. De lopende kosten ziet u niet als regel op uw afschrift, omdat ze al in de koers van het fonds zitten.
Waar Engelstalige stukken OCF of TER noemen, gebruiken Nederlandse fondsdocumenten de term lopende kosten. Het essentiële-informatiedocument toont alle kosten van het product, als bedrag en als percentage. De servicekosten van uw bank, broker of beheerder staan daar niet in. Die vindt u in hun eigen tarieven en kostenoverzicht.
Hoeveel kosten beleggingskosten over 10, 20 en 30 jaar?
Over lange perioden kosten beleggingskosten veel meer dan het jaarpercentage doet vermoeden, omdat geld dat aan kosten opgaat niet meer meegroeit. In ons rekenvoorbeeld eindigt €10.000 met 5% rendement per jaar vóór kosten na 30 jaar ongeveer €10.800 lager met jaarlijkse kosten van 1% dan zonder kosten.
De tabel is zo berekend: een startbedrag van €10.000, een constant rendement van 5% per jaar vóór kosten, en de totale jaarlijkse kosten rechtstreeks van dat rendement afgetrokken. Bij 1% kosten groeit het vermogen dus met 4% per jaar. Echte rendementen zijn nooit zo gelijkmatig en 5% is geen voorspelling. Het gaat om het verschil tussen de rijen.
Wat laat de tabel zien?
Kijk naar de kolom na 30 jaar. Betaalt u 2% per jaar in plaats van 0,5%, dan houdt u ongeveer €13.000 minder over: meer dan de €10.000 waarmee u begon. Het verschil groeit elk jaar, want elk bedrag dat aan kosten opgaat, mist ook al zijn toekomstige rendement.
Hetzelfde gebeurt bij periodiek beleggen. Leg 25 jaar lang €200 per maand in (€60.000 in totaal). Bij 5% groei per jaar na kosten houdt u ongeveer €119.100 over, bij 4% na kosten ongeveer €102.800. Dat ene procentpunt kost dus ongeveer €16.300. Ook dit is een illustratie, gerekend met maandelijkse inleg en bijschrijving, geen voorspelling.
| Totale jaarlijkse kosten | Na 10 jaar | Na 20 jaar | Na 30 jaar | Aan kosten kwijt na 30 jaar* |
|---|---|---|---|---|
| 0% (ter vergelijking) | €16.289 | €26.533 | €43.219 | €0 |
| 0,5% | €15.530 | €24.117 | €37.453 | €5.766 |
| 1,0% | €14.802 | €21.911 | €32.434 | €10.785 |
| 1,5% | €14.106 | €19.898 | €28.068 | €15.151 |
| 2,0% | €13.439 | €18.061 | €24.273 | €18.947 |
*Vergeleken met de rij van 0%. Bedragen afgerond op hele eenheden. Dit is een illustratie van het effect van kosten bij rente-op-rente, geen voorspelling. Rendementen verschillen per jaar en kunnen negatief zijn. U kunt minder terugkrijgen dan u inlegt.
Is een percentage of een vast bedrag per jaar goedkoper?
Een percentage is meestal goedkoper bij een klein vermogen en een vast bedrag bij een groot vermogen. Om te vergelijken rekent u uit bij welk vermogen beide even duur zijn: deel het vaste bedrag door het percentage. Onder dat omslagpunt is het percentage goedkoper, erboven wint het vaste bedrag.
Een illustratieve vergelijking. Partij A rekent 0,45% per jaar, partij B een vast bedrag van €120 per jaar. Deel €120 door 0,0045 en u komt uit op ongeveer €26.700. Hebt u minder belegd, dan is A goedkoper. Hebt u meer, dan B.
Controleer twee dingen voordat u op basis van die som overstapt. Kijk eerst naar kosten die maar bij één van beide voorkomen, zoals orderkosten per transactie of kosten voor het overboeken van uw effecten. Kijk daarna of een van beide het percentage begrenst of verlaagt bij een groter vermogen. Dat verschuift het omslagpunt.
Hoe vindt u de totale kosten van een belegging?
De totale kosten vindt u in twee documenten. Een beleggingsonderneming moet u vóór de dienstverlening een overzicht geven van alle verwachte kosten, als bedrag en als percentage, en daarna minstens jaarlijks wat u werkelijk hebt betaald. De productkosten van elk fonds staan in het essentiële-informatiedocument. Tel daarnaast de eenmalige kosten mee.
Vraag het kostenoverzicht vooraf op
Een beleggingsonderneming moet u voordat zij diensten verleent een totaaloverzicht geven van de verwachte kosten van de dienst en van de producten, als bedrag en als percentage, met een illustratie van het effect op uw rendement. Een algemene tarievenlijst is niet hetzelfde. Krijgt u dit overzicht niet, vraag er dan om. Blijft het uit, beschouw dat dan als waarschuwingssignaal.
Tel de jaarlijkse lagen op
Servicekosten, plus lopende kosten van de fondsen, plus transactiekosten. Dat totaal is het getal waarmee u verschillende partijen vergelijkt. Een laag tarief op één regel zegt weinig als een andere regel hoog is.
Reken het om naar geld
Vermenigvuldig het totaal met het bedrag dat u wilt beleggen. Een totaal van 0,9% over €15.000 is €135 per jaar bij dat vermogen. Een bedrag zegt meer dan een percentage, en met het jaarlijkse kostenoverzicht kunt u later nagaan of het klopte.
Controleer de eenmalige kosten
Lees in de voorwaarden en het tarievenoverzicht wat opheffen, het overboeken van effecten, een minimumtarief per jaar en het wisselen van risicoprofiel kosten. Die posten tellen mee als u later wilt overstappen.
Weeg de kosten af tegen wat u krijgt
De AFM benadrukt dat kosten op zichzelf niet alles zeggen: bekijk ze altijd in verhouding tot het risico en het mogelijke rendement van de belegging. Vraag waarvoor elke kostenpost dient. Een zorgvuldige partij kan dat in gewone woorden uitleggen.
Is de goedkoopste belegging altijd de juiste keuze?
Nee. Kosten zijn een van de weinige dingen die u zelf in de hand hebt, dus ze verdienen aandacht, maar de goedkoopste optie is niet vanzelf de juiste. Iets hogere kosten kunnen te verdedigen zijn als u er iets voor krijgt dat u echt gebruikt, zoals herbalanceren, een geschiktheidstoets of een opzet waaraan u zich houdt.
De verborgen kosten van een goedkope eigen portefeuille kunnen in uw eigen gedrag zitten. Verkoopt u in paniek tijdens een daling, of blijft geld jarenlang liggen omdat u niet kunt kiezen, dan kan dat meer kosten dan het tarief dat u bespaart. Omgekeerd: koopt u één breed gespreid indexfonds en laat u dat twintig jaar staan, dan betaalt u bij beheer voor werk dat u niet nodig hebt.
Een bruikbare toets: noem bij elke kostenpost waarvoor die dient en vraag u af of u daar los voor zou betalen. Is het antwoord nee, zoek dan een eenvoudiger of goedkopere opzet.
Hoe weegt u de kosten bij uw eigen keuze?
Beoordeel de kosten van elk concreet aanbod met dezelfde vier stappen: alle lagen optellen, het totaal omrekenen naar een bedrag voor uw inleg, de eenmalige kosten nagaan en afwegen wat u ervoor terugkrijgt. Dezelfde werkwijze ligt onder de rekenvoorbeelden op Sterk Vrendomnis. Of een tarief redelijk is, hangt af van de dienst die u werkelijk nodig hebt.
Op de pagina kosten van sparen en beleggen staat een uitgewerkt voorbeeld met dezelfde rekensom, en in hoe het werkt leest u welke controles u in welke volgorde kunt doen voordat u een financieel product kiest. Vraag bij elk aanbod het kostenoverzicht vooraf op en leg het naast dat van minstens één andere partij voordat u iets tekent.